Algemene info
Historie van het bedrijf
De gebroeders Jac en Leo telen sinds 1978 in firmaverband tomaten. Hun broer Fons teelde tomaten in een verouderd glastuinbouwbedrijf. Het ene bedrijf had geen uitbreidingsmogelijkheden en het andere moest worden opgeschaald dan wel vernieuwd. De broers besloten een andere weg in te slaan: zij gingen de uitdaging van de biologische teelt van glasgroenten gedrieën aan.
Eind 1997 is een start gemaakt door hun reeds bestaande bedrijf om te schakelen. Het bedrijf produceerde in 1998 biologische tomaten onder het predikaat ín omschakeling'. Sinds 1999 voeren de gebroeders Verbeek het EKO-keurmerk voor hun biologisch geteelde tomaten.

Om aan de eisen van vruchtwisseling te kunnen voldoen, werden in 1999 en in 2000 nog twee kassen bijgebouwd. Met deze drie units zullen per unit afwisselend tomaten, komkommers en paprika's worden geteeld. Niet alleen de teelt zal wisselen van locatie, ook het personeel, het materiaal en de ondernemer. Ieder van de broers heeft zich in één teelt gespecialiseerd. Dit geldt ook voor het personeel.
De omschakeling
Na bijna 14 jaar op steenwol geteeld te hebben, werd eind 1997 overgestapt naar teelt in de grond.
De hoofdredenen om te kiezen voor de biologische teelt waren de uitdaging om zonder chemische bestrijdingsmiddelen een gezond product af te leveren en om beter aan te sluiten bij de kringloopgedachte. Nieuwe marktkansen worden benut waarbij de bedrijfseconomie niet uit het oog verloren wordt.
Bedrijfsgegevens
Het bedrijf bestaat uit drie units met de volgende oppervlakten:
- Dreej Morges: 18.500 m2
- `t Fensland: 30.000 m2
- Metjeskamp: 30.000 m2
De drie gewassen tomaat, komkommer en paprika schuiven ieder jaar een kas door. Op deze manier wordt aan vruchtwisseling gedaan ter voorkoming van bodemziekten.
Rassenkeuze
De rassenkeuze is gebaseerd op de kwaliteit (smaak, uiterlijke kenmerken) en op de ziekteresistentie.
Onkruidbeheersing en grondbewerking. Na de start van het ecologisch telen zijn er een aantal grondbewerkingen toegepast en vervolgens wordt er zo min mogelijk grondbewerking gedaan. Op de grond van de nieuw gebouwde kassen is voor de bouw gras gezaaid om het onkruid te onderdrukken.
Tijdens de teelt wordt het onkruid weggebrand of gewied. De extra arbeid hiervoor wordt geschat op 500 uur per hectare.
Bodem en Bemesting
Het bedrijf ligt op een fijne zandgrond met 6% lutum en 4% organische stof. Vijf maal per jaar wordt compost toegediend. Andere meststoffen waarvan het bedrijf gebruik maakt zijn organische delfstoffen en organische meststoffen die door SKAL ( de controle instantie) zijn goedgekeurd.
Het duurt minimaal zes jaar voordat de bodem weer gezond is, aldus de gebroeders en met hen veel andere biologische telers.
Ziekten en plagen
De belangrijkste ziekten en plagen die we op dit bedrijf zijn tegengekomen op de tomaat zijn meeldauw, spint, botrytis en clavibacter. Voor de komkommer zijn dit de mycosphaerella, katoenluis, wants, meeldauw en pythium. Op de paprika zijn de luis en wants te verwachten.
De bestrijding van deze ziekten en plagen gebeurt via biologische bestrijding (inzet insecten) en verder met de middelen die in de biologische teelt zijn toegelaten. De basis van de ziekte en plagenbeheersing vormt echter een gezonde bodem en een goed klimaat die samen de mogelijkheid creëren sterke planten te laten groeien.
Watergift
Water wordt toegediend middels de kasberegeningsleiding met sprinklers. Deze zijn tussen de rijen op de grond gelegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van grondwater. Het moment van watergeven wordt bepaald door in de grond te kijken door met behulp van een grondboor. Door middel van een monster te nemen en met behulp van tensiometers. Afhankelijk van het weer wordt éénmaal per één, twee of drie dagen water gegeven. In de herfst en winter is dit éénmaal per vijf à zeven dagen.
Arbeid
De extra werkzaamheden die het bedrijf heeft vanwege de biologische teelt zijn, naast de onkruidbeheersing en de biologische bestrijding van ziekten en plagen, de extra werkzaamheden ten gevolge van de jaarlijkse verhuizing van de gewassen en machines naar een andere unit. Ook de bemesting neemt veel tijd in beslag, inclusief het composteringsproces en het inrijden van de compost. In de komkommers wordt extra blad gesneden om het klimaat voor de plant te verbeteren.
Verpakking

De producten worden verpakt in fust dat speciaal voor biologische producten is ontwikkeld door EOSTA, met het logo van "Nature and More".
Afzet
De biologische markt staat nog in de kinderschoenen. Dit brengt voor de pioniers op de markt hogere afzetkosten met zich mee.
De producten worden afgezet via de in biologische producten gespecialiseerde handelsmaatschappij EOSTA. Zo vinden zij hun weg naar natuurvoedingswinkels en supermarkten in binnen- en buitenland.
Compost
Een goed bodemleven is essentieel voor een voorspoedige, gezonde teelt. Hiertoe moet de voedselketen in de grond zo optimaal mogelijk zijn..jpg)
Door middel van een goede compost c.q. humus kunnen hiaten in de voedselketen in de bodem worden bijgestuurd. De humus onderhoudt het bodemleven. Dit bodemleven laat op zijn beurt de mineralen voor de plant langzaam vrijkomen. Daarnaast zijn de mineralen goed gebonden aan humus, waardoor uitspoeling geen kans heeft.
Het maken van humus is een nog onontgonnen terrein. De gebroeders Verbeek zijn gestart met het produceren van een hoogwaardig humus van afvalproducten zoals mest, snoeiafval en eigen bedrijfsafval. Voor het composteren wordt gebruik gemaakt van een speciale nieuwe techniek. Bij deze techniek worden de temperatuurverloop en CO2-gehalte gecontroleerd voor een betere sturing van het proces. Bij normale compostering wordt organisch materiaal afgebroken. Bij de methode die de gebroeders Verbeek hanteren wordt uit het afgebroken organische materiaal humus opgebouwd. Humus bestaat uit levende eiwitten die aan elkaar gekoppeld worden door bacteriën en schimmels. Dit zijn "goede" bacteriën, waardoor bodemziekten minder kans krijgen om toe te slaan. Tijdens het proces wordt klei toegevoegd voor vorming van het klei-humus complex. De mineralen zijn gebonden aan dit complex zodat zij niet uitspoelen. Voor de plant zijn de mineralen wel beschikbaar. De gebroeders Verbeek slagen erin om in zeven weken tijd een goede humus te vormen. Deze methode is nog niet eerder bij een biologisch glastuinbouwbedrijf toegepast.
Een bijkomend en belangrijk milieuvoordeel is dat het mineralenverbruik met minstens 25% wordt gereduceerd, doordat de gebroeders Verbeek gebruik maken van het eigen groenafval. Om besmetting met ziekten te voorkomen worden de planten niet met de compost vermengt, maar worden de planten versnipperd en uitgereden op grasland of maïsland. De maïs of het gras wat hier geoogst wordt, wordt toegevoegd aan de compost. De afgedragen planten worden dus niet afgevoerd maar weer gebruikt als meststof.
Voor meer informatie zie: Compara
Laatst aangepast (dinsdag, 15 juni 2010 07:53)
